Eerste opvang

Emotionele begeleiding, informatie over de schisis en over de behandeling door het schisisteam, krijgt u van de orthopedagoog van het team.

Zodra u bent doorverwezen naar het Schisisteam, neemt de orthopedagoog contact met u op. Zij maakt een afspraak met u voor een huisbezoek. Als moeder en kind nog opgenomen zijn, kan het bezoek ook in het ziekenhuis plaatsvinden. Meestal vindt dit bezoek binnen enkele dagen na de geboorte plaats.

opvang

Tijdens het eerste bezoek worden de volgende punten met u besproken:

  • Praktische zaken als voeding, voedingsduur en dagelijkse verzorging.

Eventueel kunt u verwezen worden naar de logopedist. De logopedist is deskundig op het gebied van de behandeling van baby’s met voedingsproblemen. Zij kan advies geven bij de juiste keuze van spenen en flessen of als een moeder borstvoeding wil geven.

  • Informatie over de schisis en behandeling bij het Schisisteam, ziekenhuisopnames en operaties in de toekomst.

Onderwerpen die aan de orde kunnen komen, zijn bijvoorbeeld operatie(s); de duur van opnames; afspraken in het ziekenhuis over ‘rooming-in’ van een ouder en hervatting van de voeding.

  • Emotionele aspecten

De eerste begeleiding door de orthopedagoog richt zich ook op de emotionele aspecten die een rol kunnen spelen bij u als ouders. Mogelijke emoties zijn bijvoorbeeld schuldgevoelens, angst, verwerking en reacties vanuit de omgeving.

De begeleiding van u als ouders

De begeleiding van u als ouders richt zich op de emotionele aspecten die bij u een rol kunnen spelen. Allerlei onderwerpen kunnen aan de orde komen. Allereerst zijn er de emoties over uw kind en de afwijking. Een kind krijgen met een afwijking is vaak teleurstellend. De geboorte van het kind leidt niet tot rust en ontspanning, maar tot een chaos van emoties en reacties die u kan overspoelen.

Het is moeilijk om teleurstelling over de geboorte van een kind met een afwijking te hanteren; je kind hoort als ouders blij te zijn met het kind dat je krijgt. Je hoort het niet af te wijzen en boos te zijn op een baby omdat jij je zo gekrenkt voelt. Toch kun je die gevoelens dan hebben.

Hoewel het een wat kunstmatige benadering lijkt, kan het helpen een scheiding aan te brengen in de gevoelens voor het kind (voornamelijk positief) en voor de afwijking (negatief, dat wilde je niet). Zo hoeft u geen schuldgevoelens tegenover uw kind te krijgen. U wijst uw kind niet af.

De emotionele verwerking kost soms (veel) tijd en laat meestal niet alleen een stijgende lijn zien, maar ook periodes van terugval. Dat is zeker in het begin het geval, maar ook na langere tijd kunnen ‘dips’ optreden. Dat kan bijvoorbeeld gekoppeld zijn aan een ziekenhuisopname of rond de verjaardag van uw kind.

Wanneer u als ouders meer behoefte hebt aan emotionele ondersteuning, kunt u terecht bij de medisch maatschappelijk werker van het Schisisteam.

Reacties uit de omgeving

De reacties van vrienden en familieleden spelen een grote rol. Zij geven u meestal veel steun. Maar mensen uit uw omgeving kunnen ook goedbedoelde, maar onhandige of kwetsende opmerkingen maken. Bereid u daar op voor. De opmerking die ouders het meest te horen krijgen is: ‘O, dat kunnen ze zo mooi maken tegenwoordig!’

Dat is over het algemeen wel waar, maar u kunt u deze opmerking voelen als bagatellisering van het probleem. En ook al wordt het mooi, onzichtbaar wordt het litteken van de lipspleet nooit. Daarnaast is het wel úw kind dat de behandelingen moet ondergaan.

Verschil tussen ouders onderling

Vaak is er verschil tussen de vader en de moeder in acceptatie. Ook verwerkt de ene ouder het wat sneller dan de andere. Het is belangrijk dat u dat beseft. Geef elkaar ruimte voor eigen verwerking en probeer elkaar daarin zoveel mogelijk te steunen. Als u als ouders in een open sfeer met de afwijking van uw kind om kunt gaan, vergemakkelijkt dat ook de latere communicatie met uw kind.