Kaak en gehemeltespleet

Bij een gehemeltespleet ontwikkelt het gebit zich bijna altijd zonder problemen.
Orthodontische behandeling is eigenlijk net zo vaak of weinig nodig als bij mensen zonder schisis. Soms dekt de tandarts de gehemeltespleet af met een kunststof plaatje.

Kaak- en gehemeltespleet
Bij een kaak- en gehemeltespleet is het nodig op verschillende leeftijden in te grijpen.

Wisselen van de tanden (rond het 6e jaar).
Net als bij een alleenstaande lipspleet heeft een patiëntje met een kaak- en gehemeltespleet vaak een afwijkend aantal, een afwijkende stand en afwijkende kwaliteit van tanden rondom de spleet. Dit houden we samen met de tandarts en orthodontist in de gaten. Ingrijpen is zelden nodig (zie figuur 1, 2a en 2b).

kaak-gehemelte-spleet
Figuur 1: Een melkgebit bij een enkelzijdige lip-, kaak- en gehemeltespleet.

Op de plaats van de kaakspleet is te weinig ruimte voor de kleine melksnijtand. Daardoor is die naar het gehemelte toe doorgebroken. Aan de donkere kleur van de grote melksnijtand is te zien dat deze slechter van kwaliteit is.

kaak-gehemelte-spleet1
Figuur 2a: Een OPG: Hierop is te zien dat er bij de kaakspleet geen blijvende kleine snijtand is aangelegd.

kaak-gehemelte-spleet2
Figuur 2b: Een illustratie van de OPG: ht: hoektand, mst: middelste, blijvende snijtand, bs: buitenste, blijvende, tand, ms: melktand, mh: melkhoektand, mk: melkkies, vk: valsekies.

 

kaak-gehemelte-spleet3
Figuur 3: Een enkelzijdige lip-, kaak- en gehemeltespleet links waarbij de matige kwaliteit van de grote snijtand opvalt. Verder valt op dat de tanden en kiezen van de bovenkaak aan de linkerzijde binnen die van de onderkaak vallen. Het hoort, net als aan de rechterzijde, andersom te zijn. Daarom wordt de kaak, voorafgaand aan het sluiten van de kaakspleet met bot, eerst door de orthodontist met een beugel verbreed.

Doorbraak van de blijvende hoektand (tussen 8 en 10 jaar).
De blijvende of volwassen hoektand ontwikkelt zich net achter de kaakspleet. In het kaakbot wordt de hoektand steeds groter. Hij wil op een gegeven moment in de kaakspleet doorbreken. Omdat hier geen bot zit, vindt de hoektand geen stevigheid en zal hij verloren gaan. Daarom vullen we de kaakspleet op met bot. Dat gebeurt vlak voordat de hoektand in de spleet wil gaan doorbreken. Dat is op het moment dat de wortel van de hoektand voor tweederde is afgevormd. Deze afvorming wordt met röntgenfoto’s in de gaten gehouden (zie figuur 4).

kaak-gehemelte-spleet4Figuur 4: Drie opeenvolgende OPG’s van dezelfde patiënt met een enkelzijdige lip-
, kaak- en gehemeltespleet. Op de eerste OPG is de wortel van de hoektand nog maar voor de helft afgevormd. Op de volgende OPG is de wortel voor tweederde afgevormd en kan het sluiten van de kaakspleet met bot gepland worden. Op de laatste OPG is het aangebrachte bot te zien. De hoektand kan hier nu mooi ingroeien.

Zodra de wortel van de hoektand voldoende is afgevormd, kan de operatie worden gepland. Bij deze operatie sluit de kaakchirurg de kaakspleet met een stukje bot dat hij eerst uit de bekkenkam haalt. (Zie paragraaf ‘het sluiten van de kaakspleet’) Deze ingreep moet niet te vroeg worden gedaan. De kans bestaat dan dat het aangebrachte bot weer verdwijnt. Bot dat geen functie heeft, heeft namelijk de neiging om weer te verdwijnen. Bij een goede planning wordt het bot, nadat het is aangebracht, snel functioneel omdat het houvast gaat geven aan de hoektand die er in doorbreekt.

Het komt nogal eens voor dat net achter de kaak, in het gehemelte, een opening naar de neus zit. Tijdens het aanbrengen van het bot in de kaakspleet sluit de kaakchirurg deze opening ook.

Bij een dubbelzijdige kaakspleet kan het kaakdeel van de snijtanden, soms te ver naar voren staan. Dit deel van de kaak kan in zijn geheel wat naar achteren verplaatst worden. Deze behandeling wordt gecombineerd met de kaaksluiting.

kaak-gehemelte-spleet5
Ontwikkeling van het gebit

Het moment waarop de behandeling moet beginnen is afhankelijk van de ontwikkeling van het gebit. Hiernaast ziet u in een schema hoe de ontwikkeling van het gebit verloopt (figuur 5). De groene hoektanden en kiezen zijn van het melkgebit en de gele zijn de ‘grote-mensentanden’.

  • Het bovenste plaatje toont de situatie op ongeveer 8-jarige leeftijd.
  • Het middelste plaatje toont de situatie bij 9 jaar.
  • Het onderste plaatje laat de situatie zien bij 10 jaar.

De manier waarop en de snelheid waarmee het gebit zich ontwikkelt, kunnen sterk variëren. Door in de mond te kijken en röntgenfoto’s te maken, kunnen we de ontwikkeling goed in de gaten houden.

Als de bovenhoektand rond het 9e jaar ‘op stoom’ begint te komen, wil deze tand in de kaakspleet doorbreken. Vlak voordat hij hierin doorbreekt,  maakt de kaakchirurg de kaakspleet met een stukje bot dicht. De hoektand groeit dan in dat nieuwe bot en kan hier zijn stevigheid in vinden.
De kaakchirurg kan dit pas doen als de bovenkaak ‘in model’ is gebracht. En dat doet de orthodontist.

Orthodontische behandeling
Net als alle chirurgische behandelingen wordt de behandeling door de orthodontist volledig vergoed uit de basisverzekering.

De orthodontist begint vaak al met zijn behandeling als een kind met een schisis 8 tot 9 jaar oud is. Dan heeft uw kind vaak nog 4 melkhoektanden en 8 melkkiezen in zijn mond.

De behandeling begint met een uitneembare beugel. Met zo’n uitneembare beugel kan het naar binnen gedraaide stuk van de bovenkaak geleidelijk weer naar buiten gedraaid worden.


kaak-gehemelte-spleet6
kaak-gehemelte-spleet8kaak-gehemelte-spleet8
Figuur 6

Let op de manier waarop de blauwe beugel openzwaait. Hierdoor komt de bovenkaak in model. Wanneer de kaak voldoende in model is gebracht, brengt de kaakchirurg het stukje bot in de kaakspleet aan. Als hierna genoeg blijvende tanden en kiezen zijn doorgebroken, volgt een lange periode met slotjesbeugels, blokjesbeugels of brackets. Ook wel bekend als ‘vaste apparatuur’. Deze beugel wordt ‘vaste apparatuur’ genoemd, omdat hij is vastgelijmd aan de tanden en kiezen. Het is heel belangrijk dat er heel goed gepoetst wordt, want om de slotjes van deze beugel kunnen gemakkelijk plak en viezigheid blijven zitten. Hierdoor kan het glazuur onder die plak ontkalken. Dat geeft witte vlekken in het glazuur. Het is ook goed om elke avond na het poetsen na te spoelen met een fluoride-oplossing, om het glazuur te beschermen.