Baby- en peuterfase

Baby’s  worden niet geboren met een idee over zichzelf of over hun omgeving. In het begin denken ze dat zij de enige zijn en de hele wereld om hen draait. Ze beseffen niet dat ze er anders uit kunnen zien dan andere kinderen.

Zo rond het tweede levensjaar gaan kinderen het ‘zelf’ ontwikkelen. Ze komen erachter dat er behalve ‘ik’ ook nog anderen zijn. Nu kan het besef gaan ontstaan dat ze een ander uiterlijk hebben. Maar tot een jaar of vier kunnen kinderen zich nog niet echt druk maken over er anders uitzien. Als ze al zien dat er bij henzelf of bij een ander iets ‘anders’ is, dan is een heel simpele uitleg genoeg. Als een peuter ziet dat er bij een kind met een schisis iets bij de mond en neus anders is, kan hij vragen wat hij daar heeft. Antwoord je dat hij aan zijn lip is geopereerd, dan is dat vaak al prima.

baby-peuter

Jonge kinderen met schisis hoeven nog niet te worden voorbereid op reacties van de buitenwereld. Veel belangrijker is dat het kind ervaart dat het u en andere volwassenen kan vertrouwen. Kinderen leren over zichzelf te denken door hoe er tegen hen gepraat wordt en door hoe ze behandeld worden. Wanneer u positief omgaat met uw kind, hem aanmoedigt en laat merken dat u hem accepteert en waardeert, krijgt uw kind zelfvertrouwen. Als uw kind in zijn eerste jaren al veel zelfvertrouwen opgebouwd heeft, kan het eventuele latere problemen makkelijker aan.