Puberteit

De puberteit is de ontwikkelingsfase waarin kinderen en ouders te maken krijgen met veel veranderingen. Het uiterlijk verandert. Er vinden hormonale veranderingen plaats en kinderen gaan zich vaak anders gedragen. Zowel ouders als pubers lopen in deze periode nogal eens aan tegen gevoelens van onzekerheid. Voor kinderen met schisis geldt dat ze zich soms extra zorgen gaan maken om hun andere uiterlijk. Ze voelen zich extra kwetsbaar of machteloos. Of ze zijn ontevreden over hun uiterlijk. Het is belangrijk dat ouders en pubers zich realiseren dat onzekerheid over uiterlijk en over lichamelijke veranderingen normaal zijn op deze leeftijd. Zowel ouders als kinderen moeten leren hiermee om te gaan en meestal gaat deze periode vanzelf weer over.

Zelfstandigheid
De puberteit is ook een periode die leidt tot zelfstandigheid. Pubers willen onafhankelijk worden van hun ouders en willen hun eigen beslissingen nemen. In deze periode spelen vaak een heleboel ambivalente gevoelens tussen kinderen en ouders een rol. Zo kunnen pubers het hun ouders kwalijk nemen dat zij schisis hebben, waardoor u zich opnieuw schuldig gaat voelen. Aan de andere kant voelen ze zich schuldig omdat hun schisis en de behandeling ervan hun ouders zoveel inspanning heeft gekost. Zo voelen ouders en kinderen zich schuldig tegenover elkaar.

Verandering in de behandeling
Ook de behandeling van de schisis verandert in deze periode. In het begin van de behandelfase was de schisis vooral het probleem van u als ouders. Uw kind maakte de afwijking niet bewust mee in de niet-geopereerde vorm. Uw kind vond zijn lichaam normaal. In de puberteit gaan kinderen zich meer bezighouden met hun lichaam en uiterlijk. Uw kind denkt na over zichzelf en over zijn afwijking. De schisis wordt nu het probleem van uw kind zelf, maar het heeft een andere betekenis voor hem dan voor u. Hij vindt zichzelf soms niet mooi en vindt dat er veel gecorrigeerd moet worden. Aan de andere kant ziet u vanuit uw gezichtspunt het einde naderen van de lange behandeling en vergelijkt u met hoe het er vroeger uitzag. ‘Vroeger’ telt echter (meestal) niet voor een puber. Hij blijft bij het afwijzen van zijn uiterlijk.

In het gesprek met de specialisten van het Schisisteam verandert er ook wat; zij spreken nu voornamelijk met de patiënt en niet meer alleen met de ouders. Soms zijn er met betrekking tot het verloop van de behandeling tegenstrijdige belangen voor de patiënt en de specialisten: de patiënt wil dat zijn neus, lip en tanden zo snel mogelijk worden gecorrigeerd. De specialisten moeten echter vasthouden aan een vaste volgorde in de behandeling. Maar voor pubers kan het erg lastig zijn geduld te hebben.

Uiterlijk
Uiteraard heeft niet elke puber moeite met zijn uiterlijk. Het verschil tussen acceptatie van het uiterlijk en acceptatie van de afwijking blijkt groot te zijn. Wanneer pubers een positief gevoel van eigenwaarde hebben, leidt dit tot minder problemen met het uiterlijk. Ook hebben ze er dan minder last van als ze worden gepest. Ook leidt het ertoe dat de puber minder het gevoel heeft niet geaccepteerd te worden door de buitenwereld.

Voor pubers zijn binnen de groep dingen als uitgaan en afspraakjes met een vriendje of vriendinnetje heel belangrijk. Het is moeilijk om daaraan mee te doen als ze slecht kunnen voldoen aan de heersende schoonheidsidealen. De verheerlijking van mooi zijn wordt in de westerse wereld dwingend gepresenteerd via modellen in tijdschriften, tv, films en reclame. Over het algemeen ervaren meisjes meer psychosociale problemen met hun schisis dan jongens.

Velen lopen voor hun gevoel wel eens aan tegen vooroordelen van andere mensen. Het gaat dan om vooroordelen van het type ‘wat mooi is, is goed’ en ‘de buitenkant voorspelt de binnenkant’. Een sterk positief gevoel van eigenwaarde is het enige wat daar tegenop kan!

puberteit1