Spraakproblemen bij schisis

Bij kinderen met alleen een spleet in de lip of kaak heeft de spleet nauwelijks of geen effect op de spraaktaalontwikkeling van het kind. Nasaliteit komt hierbij dan ook niet voor.

Kinderen met een spleet in het zachte gehemelte hebben vaak wel spraaktaalproblemen.  Bij een spleet in het zachte gehemelte kan dit deel van het gehemelte vaak niet of onvoldoende optrekken. Er kan dan geen luchtdruk opgebouwd worden. Klanken in de mond gaan dan afwijkend klinken; ze worden nog neuziger of ze worden vervangen door meer naar achter in de mond liggende medeklinkers of glottisslagen (=stembandplofjes). Dan wordt bijvoorbeeld de /p/ een glottisslag. Deze lijkt op een /p/ maar wordt gemaakt op stembandniveau voordat de lucht ontsnapt via de spleet.

De taalontwikkeling hoeft geen probleem op te leveren, tenzij uw kind veel last heeft van problemen rondom het middenoor. Als uw kind daardoor slechter hoort, is het voor hem of haar moeilijker woorden en zinnen te begrijpen en te leren uitspreken.

Logopedisch onderzoek
Wanneer een kind met schisis minder duidelijk spreekt dan zijn leeftijdgenootjes moet worden onderzocht wat er precies aan de hand is. Heeft hij een spraakprobleem, een taalprobleem, spreekt hij te nasaal of heeft hij een combinatie van deze problemen?

spraakprobleem