Taalontwikkeling

De manier waarop kinderen woorden en zinnen leren begrijpen en leren uitspreken, verloopt meestal volgens een vast patroon.

Tussen 1 en 1½ jaar begint een kind de eerste woordjes te zeggen. Deze woordjes worden vaak nog niet goed gevormd, doordat ook de spraakontwikkeling nog in volle gang is. Uw kind kan bijvoorbeeld zeggen: taat als hij staart bedoelt, of pa-pu in plaats van paraplu. Het is normaal dat het spreken soms een beetje neuzig (nasaal) is.

Tussen 1½ en 2 jaar beginnen kinderen zinnetjes te maken van 2 woorden. Ook dan kunnen de meeste kinderen de woorden nog niet altijd goed vormen en kan het spreken soms neuzig zijn. Uw kind kan bijvoorbeeld zeggen: fieze buite, waarmee hij bedoelt: ik wil buiten fietsen, of kinne boem in plaats van: de vlinder zit op de bloem.

Tussen 2 en 3 jaar gaan kinderen zinnetjes maken van 3 tot 5 woorden. Wanneer ze naar de kleuterschool gaan, kunnen ze zich vaak al aardig uitdrukken. Ongeveer driekwart van wat uw kind vertelt, is dan ook voor anderen verstaanbaar.

taalontwikkeling