Zuigen

Zuigen, slikken en ademhalen zijn processen die in goede coördinatie moeten verlopen. Hier is enige rijpheid voor nodig. Alle pasgeboren baby’s en ook hun ouders moeten ‘uitvinden’ hoe het voeden het beste gaat.

Ouders ontdekken wat de prettigste voedingshouding is door het te proberen. Rechtstreeks lichamelijk contact tijdens de voeding, waarbij je elkaar ook kunt aankijken, is voor ouders en kind fijn (figuur 7). Als uw kind goed rechtop zit, kan de zwaartekracht zijn werk doen. Als u ervoor zorgt dat de nek en de rug in elkaars verlengde liggen, kan uw kind makkelijker slikken.

zuigen

Het is handig een hand vrij te houden, bijvoorbeeld om een spuugdoekje te pakken, maar ook om de baby bij het zuigen te kunnen stimuleren. Over en om de mond strelen stimuleert de zoek- en zuigreflex. Door de lippen en wangen naar voren te duwen, sluit de mond beter om de speen.

Oplossingen bij problemen met zuigen:

Houding aanpassen:

  • rechtop
  • nekverlenging (hoofd licht naar voren)
  • op uw bovenbenen (kind met de billetjes tegen uw buik)

Manuele stimulatie:

  • zacht over de lippen strijken
  • lipspleet dichter drukken
  • wangen naar voren duwen

Voeding aanpassen:

  • verdunnen (pas op voor verslikken!)

Speengat aanpassen:

  • zo groot dat de melk eruit drupt
  • spleetje of kruis in plaats van rond gat
  • spleetje aan niet-schisis zijde
  • spleetje aan beide zijden

Speenpositie:

  • Speen tegen kaken of het intacte deel van het gehemelte

Speen aanpassen:

  • Haberman

Vermoeidheid

Als ouder wil je natuurlijk heel graag dat je kind goed groeit. Daardoor is de kans groot dat je te lang met de voeding bezig bent als die niet vanzelf goed gaat. Drie kwartier tot een uur is geen uitzondering. Maar dat is echt veel te lang. Want daardoor krijgt uw kind niet voldoende rust tussen de voedingen door. En u zelf ook niet! Langer dan 20 à 30 minuten moet een voeding niet duren.

Soms moet u meerdere mogelijke oplossingen uitproberen voordat het goede ritme voor uw kind is gevonden. Vraag hulp als het niet lukt. Meestal begint een kind hongerig aan een voeding en zal hij goed zijn best doen. Dan mag hij zich 5 à 10 minuten goed inspannen voor het drinken. Zo komt hij aan bevrediging van zijn zuigbehoefte en oefent hij zijn mondspieren. Daarna wordt hij moe en mag u het hem wat makkelijker maken.

Bij voeden met een fles begin je met de speen op een ‘moeilijke’ stand (stand 1, kortste streepje of ‘slow’). Dan gaat u over op een groter spleetje (stand 2, middelste streepje of ‘medium’) of u gebruikt een oude speen die meer voeding doorlaat.  Bij de Haberman-speen kunt u meeknijpen op het zuigritme van uw kind.

Oplossingen bij vermoeidheid:

Tijd:

  • beperken tot 20 à 30 minuten

Aantal voedingen:

  • meer flessen met minder voeding
  • minder flessen met meer voeding
  • minder flessen met verdikte voeding (kan niet met Haberman; die raakt verstopt)

Haberman:

  • Beginnen zonder meeknijpen of met weinig meeknijpen. Bij vermoeidheid meer meeknijpen. Halverwege de voeding de speen op een grotere stand zetten.

Speen aanpassen:

  • slappere (oudere) speen