Schisisteam Friesland
vul een zoekwoord in: 

Spraakproblemen bij schisis

Bij kinderen met alleen een spleet in de lip of kaak heeft de spleet nauwelijks of geen effect op de spraaktaalontwikkeling van het kind. Nasaliteit komt hierbij dan ook niet voor.

Kinderen met een spleet in het zachte gehemelte hebben vaak wel spraaktaalproblemen.  Bij een spleet in het zachte gehemelte kan dit deel van het gehemelte vaak niet of onvoldoende optrekken. Er kan dan geen luchtdruk opgebouwd worden. Klanken in de mond gaan dan afwijkend klinken; ze worden nog neuziger of ze worden vervangen door meer naar achter in de mond liggende medeklinkers of glottisslagen (=stembandplofjes). Dan wordt bijvoorbeeld de /p/ een glottisslag. Deze lijkt op een /p/ maar wordt gemaakt op stembandniveau voordat de lucht ontsnapt via de spleet.

De taalontwikkeling hoeft geen probleem op te leveren, tenzij uw kind veel last heeft van problemen rondom het middenoor. Als uw kind daardoor slechter hoort, is het voor hem of haar moeilijker woorden en zinnen te begrijpen en te leren uitspreken.

Logopedisch onderzoek
Wanneer een kind met schisis minder duidelijk spreekt dan zijn leeftijdgenootjes moet worden onderzocht wat er precies aan de hand is. Heeft hij een spraakprobleem, een taalprobleem, spreekt hij te nasaal of heeft hij een combinatie van deze problemen?



De oorzaak van deze problemen kan een lichamelijk probleem zijn. Om dat te bepalen kan de logopedist verschillende onderzoeken doen. Dat gebeurt door te testen. De logopedist kijkt dan of een logopedische behandeling de spraakontwikkeling kan verbeteren tot een acceptabel niveau.  Als dat niet kan, is misschien een operatie nodig om de spraak te verbeteren.

Bovendien kijkt het schisisteam tijdens het spreekuur  in de mond om de vorm en het optrekken van het zachte gehemelte te beoordelen. Als uit deze onderzoeken het vermoeden ontstaat dat het gehemelte niet goed werkt, dan wordt meer uitgebreid onderzoek gedaan door middel van naso-endoscopie.